Riel, de parel van de Zesgehuchten


Home

Historie
Beschermd dorpsgezicht
Omgeving
In de media

Buurtvereniging
Nieuws

Links
Zoeken

De landerijen rondom Riel

We gaan ons nu afvragen hoe Riel in het landschap ligt. Riel was in het verleden geheel omgeven door woeste gronden. We kunnen die grof aanduiden als de Rielse heide, de Stratumse heide en de Groote heide.

De Rielse heide werd in de eerste helft van de 19e eeuw ontgonnen in verband met de aanleg van de Eindhovense weg. Aldaar lagen enkele zeer grote waterpartijen, waarvan er een tot 50 meter het gehucht Riel naderde. Dat dit gebied plaatselijk erg nat was kunnen we nog zien aan het bosperceel tegenover de DAF aan de Eindhovenseweg. Na de ontginning was dit ongeschikt voor de landbouw. De Rielse loop is er ook in die tijd rechtgetrokken. Tussen Riel en de eerste huizen aan de Rielse dijk in Geldrop lag vroeger ook veel heide. Het gehucht Riel werd beschermd door grote houtwallen. Als we vanuit Zesgehuchten het gehucht naderen passeren we zo'n kreupelhoutwal. Deze zijn vaak erg interessant om hun begroeiing. Ook in het zuidelijk gedeelte van Riel liggen houtwallen. Een verlaten akkercomplex is te herkennen in het bosperceel waar tot voor enkele jaren de afvalhoop van de DAF lag.

In het noorden van Riel ligt een ontginning uit de late middeleeuwen of mogelijk nog recenter, die de naam "de Braken" droeg. De oudste gronden nabij Riel zijn te herkennen aan hun bolle vorm. Dit wijst op de oude methode van plaggenbemesting. De plaggen haalde men opp nde heidegronden. Het vee werd zoveel mogelijk op stal gehouden, omdat het als primaire functie de mestproductie had. Vee diende verder voor de zuivel, vlees en als trekkracht. Aanvankelijk had men ossen als trekdieren. De ploegen waren in die tijd ook van een geheel andere constructie. Zij waren moeilijk te keren, bovendien waren ossen traag. Vandaar dat men de percelen zo lang mogelijk maakte en meestal ook erg smal. Meestal treffen we percelen aan van zo'n 6 to 10 meter breed en 150 tot 250 meter lang. De opeervlakte komt vaak overeen met een "lopense" (1/6 ha). Ook Riel kent nog dit soort percelen.

De bevolking van Riel bestond grotendeels uit landbouwers. De pachters van de twee hoeven hadden de meeste grond ter beschikking. Een deel van de inwoners van het gehucht was als knecht werkzaam bij een boer. De dagloners moesten vaak met andere zaken aan hun kost zien te komen. In Geldrop was geld te verdienen met de lakennijverheid (bijvoorbeeld als thuiswever in het gehucht) en ook de stad Eindhoven gaf enkele mogelijkheden. Gespecialiseerde bevoling als bakkers, slagers, smeden, e.d. treffen we op dit gehucht niet aan. De bevolking was direct of indirect bij de landbouw betrokken. Brood werd gebakken in een bakhuis bij de boerderij. Momenteel is er nog zio een te vinden zodra we Riel van de Eindhovense zijde inrijden. Daarnaast kende RIel ook een gemeenschappelijk bakhuis. Dit lag midden op de Rielsedijk, tegenover de eerste boerderij vanaf de Geldropse zijde.

Tekst: Jean Coenen, 1987


De historie van Riel, door Jean Coenen, 1987
Overzicht
De geschiedenis van het gehucht Riel
De belangrijkste gebouwen op Riel
De wegenstructuur rondom Riel
De landerijen rondom Riel
De huidige historische overblijfselen
De buurtschap de Putten
De toekomst van de bestaande bebouwing